Het grootste succes.

Yuna
24 mei, 2015 / Mark Leene

Ka..tje, e..r i…s ee..n w…egggg’, 



De letters dwalen langs me heen en echt begrijpen doe ik ze niet. Nogmaals komt er een flinke portie geluid mijn kant op: ‘Schatje, we moeten weg!’. Ineens zit ik verschrikt rechtop in bed en realiseer ik me het schouwspel dat zich voor mijn nog slaperige ogen voltrekt. Mijn vriendin staat poedelnaakt en wijdbeens met haar armen te zwaaien aan het voeteneind. Ik ben direct in concentratiemodus. Alsof Erik Scherder – dat is die professor van DWDD; ‘Bent u een beetje enthousiast lieve mensen?’ – me persoonlijk uit mijn remslaap trekt. ‘Ik heb wat bloed verloren’, zegt de moeder van mijn ongeboren vrucht met ietwat trillerige stem. Ze zet haar woorden kracht bij door haar wenkbrauwen hoog op te trekken en één hand op haar voorhoofd te leggen. Ik klim rustig – schijn bedriegt – uit bed en vraag haar mij naar het bloedbad te leiden. Aangekomen blijkt het inderdaad een geziene hoeveelheid te zijn en we bellen direct met het Anna Paviljoen. Dit klinkt als een restaurant waar je pannenkoeken met spek kan bestellen die vervolgens te dik en ongaar op je bord verschijnen, maar niets is minder waar. Dit is de spiksplinternieuwe afdeling van het OLVG waar vrouwen alléén op een naar lavendelbloesem ruikende kamer kunnen uitslapen en in alle ‘rust’ kunnen genieten van hun kindje. Zeg maar de Rolls-Royce onder de verloskamers. Eenmaal aangekomen laat de verpleger van dienst, inmiddels al ruim 8 uur in zijn shift, trots zijn etablissement zien. ‘Kijk, u kunt zelfs uw eigen koelkast vullen’. Als hij wegloopt zegt mijn vriendin: ‘Wat heerlijk, altijd al een homoseksuele verpleger willen hebben bij mijn bevalling’. Ik vraag mij direct af of er veel hetero’s in het ziekenhuis werken als verpleger maar besluit wijselijk mijn mond te houden. De man in kwestie scoort meteen punten door mijn vriendin te laten weten dat alles ok is met haar meisje in haar buik, dit terwijl hij nonchalant aan het voeteneind zit en honderduit praat over zijn eigen leven. ‘Ik ga straks lekker slapen, niet te lang want anders kom ik er niet meer uit en daarna ga ik eten met vrienden. Nee niet bij mij, mijn keuken is zo’n inloop keuken weet je wel? Vrienden van mij hebben zo’n kookeiland. Dat eet en kletst een stuk beter. Gezelliger ook’, alvorens hij de ruimte weer verlaat. Goed. Alles ok met de verpleger dus. Met de baby in de buik ook trouwens.

De keizersnede staat gepland om 9 uur en dus kan het lange wachten beginnen. De klok tikt inmiddels zo rond de 05:15. Mijn vriendin moet vrijwel direct plassen, wat met een pas geplaatst infuus in de hand knap lastig is. Ik ondersteun de liefste skippybal op aarde naar de badkamer terwijl de infuuszak, aan een rek op wielen, haar achtervolgt. ‘Ik en mijn handtasje zijn even plassen’, knipoogt ze naar me. Ik vind vrouwen per definitie de beste uitvinding op aarde. Echter, vrouwen met humor zijn het equivalent van een WK-finale van het Nederlands elftal waar ze dus wél winnen van die Spanjaarden. Pardon, herstel: Catalanen. Anyway, de liefde voor de aanstaande moeder vult de hele naar lavendelbloesem ruikende kamer. Als ze terugkomt van het toilet krijgen we te horen dat de keizersnee nog even op zich laat wachten. De uren tikken langzaam voorbij. Om 08:52, men telt in minuten in het Anna Paviljoen, komt onze favoriete mannelijke verpleger ons gedag zeggen. Zijn taak zit er op. Zijn pretogen verraden dat hem een lang weekend staat te wachten. Zijn opvolger vertelt ons dat er twee spoedjes tussen zijn gekomen en dat het zeker 1 uur wordt voordat wij aan de beurt zijn. Mijn vriendin neemt het nieuws wonderbaarlijk goed op. Ik stel voor even snel langs huis te wippen om wat dvd’s en laatste slaapspullen voor haar op te halen. Ze vindt het een goed idee en ik stap in de taxi naar huis.
Met reden stap ik achterin, een diepgaand gesprek met een TCA’er is op dit moment het laatste waar ik zin in heb. Bovendien sla ik toch helemaal niets op. Ik ben met mijn gedachten bij doktoren, placenta’s die scheef liggen en té veel bloedverlies.. De chauffeur begrijpt de hint niet en begint te praten. Ik kijk uit het raam en zie de Amstel aan me voorbij flitsen. Ik denk aan mijn dochter. Hoe zou ze er uit zien? Wat zal haar eerste woordje zijn? Zal alleen haar adem tijdens de vele nachtelijke slaapjes genoeg zijn om mij hormonaal het bos in te sturen? ’Maar goed, ik vind dus dat Claudia wat meer van haar leven moet maken, toch?’ aldus de chauffeur. Ik knik instemmend richting binnenspiegel, geen flauw idee hebbend wie Claudia is en wend mijn blik weer af. Bij thuiskomst heb ik binnen 5 minuten de benodigde spullen gepakt voor ik weer terug op de fiets zit. Ik app een foto van mijn vertrek naar mijn vriendin. Vrouwen moet je op de hoogte houden. Zwangere vrouwen moet je overladen met informatie. Ik steek de Berlagebrug over en zie hortensia’s in bloei staan. De kleur van de bloemen doet me denken aan de roadtrip in Californië van afgelopen zomer. Ik voel kippenvel over mijn armen als prikkeldraad in een weiland. Dat zoiets kleins,op zo’n grote dag, je kan raken. Mijn fiets stal ik tegen het hek van het Oosterpark en ik vlieg terug naar binnen. Terwijl ik de lange gang door snelwandel denk ik terug aan mijn tijd als verslaggever voor het ziekenhuisprogramma dat hier jaren geleden werd opgenomen. Nachtenlang heb ik hier rondgelopen maar nog nooit op deze manier. Snelwandelend. Een onhandige vader in wording.

De skippybal ligt nog prinsheerlijk waar ik haar heb achtergelaten. Als ik net een van de door haar uitgekozen DVD’s op play gezet heb komt de verpleegster binnen. ‘ Ik mag jullie meenemen!’, zegt ze vrolijk. Een steek gaat door mijn maag. De rit naar OK is een grote roes. Ik maak flauwe grapjes tegen verplegers, de anesthesist, operatieassistent, arts in opleiding en iedere andere ziekenhuisziel die ons pad kruist. Mijn vriendin laat zien en voelen dat ze het heel spannend vindt. En terecht. De artsen hebben bloed bijbesteld voor moeder en kind. Ik hou me sterk maar van binnen ben ik kruisjes aan het slaan. En dat is als atheïst pur sang al een ‘gods’wonder. Ik laat mijn vriendin met haar armen gespreid op de operatietafel achter in de handen van de artsen. De anesthesist blijkt ook Moluks te zijn en krijgt direct een band met haar. Ze aait haar over haar hoofd en stelt haar gerust. Een warme gloed stroomt door mijn lijf. Ik kijk om me heen in de operatiekamer en vraag of John Mayer aan mag. Terwijl zijn nieuwe album zachtjes over de speakers van OK wordt afgespeeld keer ik voor de tweede keer terug naar de bergen van Californië. Ik zie de liefde waar ik al 8 jaar bij ben naast me op de bijrijdersstoel zitten, luidkeels meezingend. Ik stel me voor hoe ik mijn hoofd draai naar de achterbank en dat ik daar een nieuw wezentje aantref. Druk pratend of zingend net als haar moeder. Donkere lange haartjes langs haar open heldere gezicht. Ik keer terug naar OK en zie mezelf plaatsnemen op een krukje naast haar hoofd. Ze draait zich naar me toe en slikt als een baas haar laatste angsten weg. Een vrouw met ballen én humor, daar is geen equivalent voor te verzinnen. Ik begin over van alles en nog wat te praten tegen haar en tien minuten later gaat het luikje open. Daar is ze. Twee benen, twee armen, twee handen, twee voetjes, 10 vingers, 10 tenen en dan het gezichtje.. Nog mooier dan in mijn beste dromen. Iedere vezel in mijn lijf vecht tegen de tranen maar de natuur is me veel te snel af. Ze wordt heel even meegenomen maar mijn ogen blijven bij dat andere wonder dat nog op tafel ligt. Ik kijk in de diepe donkere ogen van de kersverse moeder. Ons oogcontact wordt niet verbroken. Ze knikt van nee alsof ze het allemaal niet kan beseffen. Als onze dochter maar de helft van de kracht van deze vrouw heeft komt het wel goed, denk ik. Samen ontvangen we haar: Yuna Milou Leene. 3270 gram schoon aan de haak. Stil ligt ze bij de vrouw die haar 9 maanden zo’n fijn thuis heeft gegeven. Onwerkelijk en overweldigend. Ik fluister zachtjes haar naam terwijl ik haar hoofdje kus en realiseer me dat ik voor de rest van mijn leven de klos ben. Vanaf dit moment heb ik twee vrouwen in mijn leven waar ik net zo naar zal kijken als de hortensia’s die in bloei staan.. Schoonheid. Pure schoonheid.