Tien jaar DWDD

Plantage
10 oktober, 2015 / Mark Leene

Als kind heb ik altijd al geweten dat ik ‘later als ik groot werd’ televisie wilde gaan maken. Ik kan me nog de unieke momenten herinneren dat ik met mijn vader op de bank zat, zondagavond net na de warme gehaktbal met rode kool en appeltjes en dat de tune van Studio Sport de huiskamer in gleed. Mijn moeder die net wat te luid de vieze borden in de afwasbak bewerkte en ik met grote ogen voor dat vierkante scherm. Mart Smeets was voor mij wat Elvis was voor de gemiddelde tiener in Memphis in de jaren 70.  Onrustig wippend op de bank luisterde ik ademloos naar het laatste sportnieuws, goed in ogenschouw nemend wat de meester deed, in welke rivier van taalgebruik hij zo elegant zwom, hoe hij zijn pen vasthield en hoe hij weer afscheid van ons nam. Ik mocht dan niet goed genoeg kunnen voetballen in mijn jeugd maar het maken van een dergelijk televisieprogramma moest en zou gaan lukken. Na 7 jaar gestuntel op de HAVO – ik was met name buiten met een bal te vinden – moest het de school voor Journalistiek worden die mij de weg zou leiden. In de zomer van het jaar 2006, vlak vóór ik naar Amsterdam zou verhuizen, overleed een van mijn beste jeugdvrienden in een eenzijdig auto-ongeluk. Ik zal er geen doekjes om winden, het was klote met hoofdletter K. Om de pijn te verzachten ben ik het Brabantse uitgaansleven in gedoken en heb ik het op een straf zuipen gezet. Aanvankelijk deed ik dit overal waar ze me nog binnenlieten. Soms ook thuis zonder dat mijn ouders het wisten, een enkele keer zelfs als de ochtendboterhammen nog netjes in de broodzak zaten. In deze tijd, terwijl ik eigenlijk in volledige concentratiemodus het Utrechtse studentenleven moest ontdekken, ontdekte ik De Wereld Draait Door. Een soortgelijk gevoel zoals bij Studio Sport ontstond opnieuw. Ik besloot, in het kader van mijn toekomstige journalistieke carrière, een opname bij te wonen in de Studio Plantage bij Artis.

Als kind speelde ik samen met mijn neefje op het Mr Visserplein, of probeerden we Artis binnen te komen zonder kaartje, dus ik kende de buurt goed. Luttele minuten voordat het programma live ging bood Matthijs het publiek aan de autocue voor te lezen. Het was puur automatisme en heb mijn hand opgestoken. Ik ben naar voren gestapt en kan me herinneren dat ik voor het eerst de naam Marianne Thieme uitsprak.  Dat ging niet vlekkeloos, maar ook niet onaardig. Terug op mijn publieksstoel keek ik de rest van de uitzending. De magie van het programma was nóg duidelijker voelbaar in de studio. Het was een familie aan het werk. Na de uitzending besloot ik de stoute schoenen aan te trekken en op de presentator af te stappen. In een paar korte, weliswaar hakkelende zinnen, heb ik hem uitgelegd dat ook ik graag televisie wilde maken. Hij verwees me door naar Igor Misev, samensteller van het programma die mij zijn nummer gaf; ‘Als je me belt regelen we het’, en zo geschiedde.

Eind november 2006 loop ik om 07:45 de Plantage Middenlaan in. Zenuwachtig maar vol energie. Igor doet de deur open en stelt me voor aan de redactie. In de kantine, die grenst aan Artis, staat een taart op tafel met als sierlijk opschrift: 1.000.000. Ik herinner me dat ik er gebiologeerd naar heb staan kijken. Destijds wist ik nog niet zo goed wat kijkcijfers inhielden maar dat het imposant was, was zeker. Na de ochtendvergadering waar de ideeën voor de uitzending werden besproken, word ik op het gesprek met documentairemaker Jos de Putter gezet. Hij was zo goed als zeker de laatste die zowel Aleksandr Litvinenko als Anna Politkovskaja had geïnterviewd. Beiden vermoord vanwege hun kritiek op de Russische regering. Ik heb de hele documentaire drie keer gekeken voordat ik fragmenten selecteerde waarmee ik naar Matthijs loop. Als ik zijn kantoor binnenkom zit hij zojuist te vergaderen. Ik heb een a4tje uitgeprint met daarop de tijden van de fragmenten als ook de bijbehorende aantekeningen. Met een glimlach word ik bedankt maar kan het in het vervolg ook gewoon mailen. Dat heb ik de rest van de middag netjes gedaan. Igor neemt me ondertussen overal mee naartoe. Van de videorecorders waar 24 uur per dag ieder kanaal wordt opgenomen voor de rubriek De TV Draait Door tot de montageruimte waar de instarts kort worden geknipt. Het is liefde op het eerste gezicht. Tijdens de generale repetitie krijg ik een oortje aangereikt om mee te luisteren met de regie. Het voelt alsof ik zojuist word opgesteld voor een wedstrijd in de Eredivisie. Er wordt strak overleg gepleegd aan tafel en Matthijs verandert op het laatst nog enkele details van de uitzending. Na wat happen voedsel en drie keer knipperen met mijn ogen is het enkele minuten voor half acht. De tune van het programma galmt door de studio en even zit ik weer als kind van zes met grote kijkers voor de televisie. De uitzending verloopt meer dan voorspoedig. Na afloop voel ik me – nog vol van de adrenaline – ‘part of the family’, ondanks mijn jonge leeftijd en geringe rol in de organisatie. Voor de laatste keer die avond stap ik op Matthijs af. Hij heeft zich ondertussen in een zondagsoutfit geschoten en staat op het punt om weg te gaan. Als ik mijn hand uitsteek zegt hij; ‘Je hebt een goede indruk achtergelaten man’, om vervolgens via de achterdeur te vertrekken.

Tot op de dag van vandaag hebben de woorden van zowel Mart als Matthijs effect op mij gehad als televisiemaker. Of je nu 6 jaar oud bent en kijkt naar Studio Sport of 19 jaar oud en meeloopt bij De Wereld Draait Door, je wilt het als mens altijd goed doen. Een blijvende indruk achterlaten, een kippenvel moment beleven omdat je je realiseert dat je iets ‘goeds’ doet, in welke vorm dan ook. Na tien jaar is DWDD voor mij nog steeds dat goede spannende boek dat je vroeger uitlas op vakantie, dat ene uitzicht dat je deelt met je vriendin op een wolkenkrabber in New York of dat winnende doelpunt voor je amateurclub Sv de Meer 8. Ik mag dan misschien te oud worden om onrustig wippend op mijn bank te zitten kijken naar een televisieprogramma maar als er één programma is dat die situatie nog kan veroorzaken is het DWDD.